|
|
BWBR0009386 3 3 1
|
| |
|
| Beschrijving: |
BWBR0009386 3 3 1. voor Artikel 3 3 1. Wekelijkse onafgebroken rusttijd. als bedoeld in artikel 3 1 1 verricht id="Hoofdstuk3 Paragraaf3 3 Sub-paragraaf 2 C21229131 Wekelijkse onafgebroken rusttijdToon relaties in LiDO voor Wekelijkse onafgebroken rusttijd van Wekelijkse onafgebroken rusttijd Vergelijk met een andere versie van Wekelijkse onafgebroken rusttijd Regelingonderdeel afWekelijkse onafgebroken rusttijd bedoeld in het tweede lid onder a mag gedurende een periode van 7 maal 24 uren eenmaal worden ingekort tot ten minste 9 uren mits de tijd waarmee deze rusttijd is ingekort wordt toegevoegd aan de eerstvolgende rusttijd die in de normale woonplaats kan worden doorgebracht. 4 De rusttijd die in de normale woonplaats kan worden doorgebracht wordt niet aanzienlijk ingekort indien deze wordt voorafgegaan en wordt gevolgd door een rusttijd die niet in de normale woonplaats kan worden doorgebracht. 5 De werknemer heeft na een dagelijkse onafgebroken rusttijd die niet in de normale woonplaats kan worden doorgebracht een dagelijkse onafgebroken rusttijd die in de normale woonplaats kan worden doorgebracht. 6 Bij collectieve regeling kan met inachtneming van het zevende lid van het vijfde lid worden afgeweken Elk beding waarbij op andere wijze wordt afgeweken van het vijfde lid is nietig. 7 De werkgever organiseert de arbeid zodanig dat de werknemer ten hoogste 2 achtereenvolgende dagelijkse onafgebroken rusttijden heeft die niet in de normale woonplaats kunnen worden doorgebracht. 8 De in het tweede lid onderdeel afArtikel 3 3 1. 1 In plaats van de artikelen 5 3 tweede en derde lid en 5 8 vierde lid van de wet van Artikel 3 3 1 van Artikel 3 3 1 Vergelijk met een andere versie van Artikel 3 3 1 Regeling wordt dit artikel toegepast. 2 De werkgever organiseert de arbeid zodanig dat de werknemer een dagelijkse onafgebroken rusttijd heeft van a ten minste 12 uren in elke aaneengesloten periode van 24 uren indien de rusttijd in de normale woonplaats kan worden doorgebracht. b ten minste 8 uren in elke aaneengesloten periode van 24 uren indien de rusttijd niet in de normale woonplaats kan worden doorgebracht. 3 De rusttijd bedoelde periode vangt aan op het eerste tijdstip van de dag.
Gepubliceerde tekst BWBR0009386 3 3 1
Oorspronkelijke tekst BWBR0009386 3 3 1
Relatie met BWBR0009386 3. Spoorvervoer: artikel
|
|
|
|
|
|
|